Ruw eiwit in krachtvoer naar een maximum: kans of kostenpost?

Welke gevolgen heeft de nieuwe voermaatregel? Dat is de vraag van veel melkveehouders. Praktisch gezien (wat mag wel en wat mag niet), maar ook financieel. In de praktijk zijn er verschillende mogelijkheden om te voldoen aan de nieuwe maximum norm in het aangekochte krachtvoer. Vooral het goed benutten en combineren van eigen voer levert het beste resultaat.

Wat zijn de voorwaarden binnen de tijdelijke voermaatregel?

Onlangs heeft de minister de melkveehouderij een nieuwe maatregel gegeven om uiteindelijk de woningbouw in Nederland weer op gang te krijgen. Hoewel een maximum aan ruw eiwit in het totale rantsoen een effectievere maatregel zou zijn, is gekozen voor een maximum in alleen het krachtvoer. Reden is vooral de controleerbaarheid en de korte termijn (sept-dec 2020) dat de regel gaat gelden.

Om te beginnen geldt de maatregel alleen voor de droge krachtvoeders, dus niet voor natte producten. Alle natte bijproducten zoals bierbostel, veldbonen, tarwegistconcentraat e.d. zijn dus toegestaan Maar vooral enkelvoudige krachtvoerders zoals soja, raap en … mogen niet meer aangekocht of op het bedrijf aanwezig zijn. Mengsels met bijvoorbeeld tarwe mogen wel, mits het gemiddelde maar niet boven het maximum uitkomt en mits het niet zelf gemengd is, dus moet gemengd geleverd worden op het bedrijf.

Het maximum is afhankelijk van de meest voorkomende grondsoort op het bedrijf en de intensiteit (kg melk per ha). Dit varieert van 164 (veen, < 14.000 kg melk/ha) tot 193 ruw eiwit (zand, >20.000 kg melk/ha) per kg mengvoer. En kleigrond zit daartussen (171-173). Meest voorkomende grondsoort (>50%) of gemiddelde (als alle 3 beneden 50% uitkomen), is hierin bepalend. Bedenk hierbij dat de maximum norm per kg product is en de rantsoenberekening vaak per kg droge stof weergegeven wordt.

Hoe kan er invulling aan het rantsoen worden gegeven?

Welk rantsoen op een bedrijf het beste past om te voldoen aan de nieuwe maatregel is uiteraard verschillend. Om te beginnen is het van belang te kijken welke vorm van eiwit noodzakelijk is om aan te vullen voor het optimale rantsoen: bestendig eiwit (DVE) of onbestendig (OEB). Dit wordt vooral bepaald door de kwaliteit van het eigen ruwvoer. Gras(kuil) bevat meer eiwit dan mais maar kan een beperking hebben in energie (VEM). De puzzel van het rantsoen begint dan ook bij het optimaal combineren van eigen ruwvoer: een tekort aan ruw eiwit in de ene kuil kan zomaar gecompenseerd worden in een andere kuil. Ook vers gras (weiden of zomerstal voeren) levert meer eiwit in een rantsoen dan gekuild gras. Zeker in september en oktober kan vers gras een prima basis of aanvulling zijn. Ook het maken van grasbrok van eigen gras kan een goede oplossing zijn om meer eiwit in een rantsoen te kunnen voeren. Vooral voor extra bestendig eiwit is dit een mooi (maar soms kostbaar) product. Vergeet daarnaast ook de optie van meer (kuil)gras en minder mais in het rantsoen niet: kuilgras bevat al gauw meer dan twee keer zoveel eiwit dan mais.

Wat zijn alternatieven voor een tekort aan eiwit?

Mocht een rantsoen met eigen voer dan niet voldoende eiwit bevatten, dan zal dit via aankoop alsnog gerealiseerd moeten worden. Omdat natte bijproducten vrijgesteld zijn van de regeling, zijn deze een stuk aantrekkelijker geworden om te voeren. Zo levert bierbostel vooral een plus in de hoeveelheid bestendig eiwit en kunnen ook tarwegistconcentraten hier een positieve bijdrage in leveren. Een relatief onbekende is nog bijvoorbeeld citrocell, dit komt vrij bij de fermentatie van suikers tot citroenzuur, en levert vooral een bijdrage in de hoeveelheid onbestendig eiwit. Maar ook veldbonen of erwtenproducten kunnen goed passen om extra eiwit aan te kopen.

Niet alle bedrijven hebben voldoende eigen ruwvoer met eiwit of zijn goed ingericht op het voeren van natte producten en kan daarom extra arbeids- of opslagkosten geven. Droge voeders zijn dan de oplossing voor het aanvullen van eiwit. Helaas is het voor een melkveehouders zelf echter niet mogelijk om zelf bijvoorbeeld sojaschroot te mengen; dit zal gemengd aangevoerd moeten worden door de voerleverancier. Vooral voor veenbedrijven is er minder variatie mogelijk in productiebrokken in de bulk en zal de correctie wellicht meer aan het voerhek moeten plaats vinden dan in de krachtvoercomputer.

Is er een vervolg op deze voermaatregel?

Vanaf januari 2021 is deze maatregel niet meer van kracht en zal er een nieuwe maatregel komen, deze zal wellicht wel kijken naar de hoeveelheid eiwit in het totale rantsoen en niet alleen in het krachtvoer. Uiteindelijk kunnen de maatregelen wel bijdragen in een groter inzicht in welke voeders meer en minder eiwit bevatten. En dit resulteert dan weer in een betere benutting van (eigen) eiwit. En een betere benutting betekent minder verliezen en kan zo ook een voordeel opleveren.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Linda Brouwer mail [email protected] tel 06-53351736

PPP-Agro Advies - maiskuil

Meer weten?

Bel mij terug

Bel PPP-Agro Advies
  • Noord: 06 - 53145707
  • West: 020 - 43 60 571
  • Zuid-Oost: 06 - 473 03 181
Mail PPP-Agro Advies

Meer nieuws

Maak hier een keuze tussen alle nieuwsberichten op basis van thema
  • Maak hier een keuze tussen alle nieuwsberichten op basis van thema
  • Advies
  • Bedrijfsadvies
  • Coaching
  • Financieel advies
  • Geen categorie
  • Innovatie
  • Kennis
  • Nieuws
  • Praktijkbegeleiding
  • Procesbegeleiding
Bodemmeten - PPP Agro Advies

Hoe houd u rekening met de wisselende grasgroei?

PPP-Agro Advies - koe bij het voerhek

Eerste stap naar legalisatie PAS-meldingen

bandm

Plussen op duurzaamheid; Beheer de slootkant optimaal